logo

Willem Beijerinck Biologisch Station

kraloerheide64

Op deze foto van de Kraloërheide genomen in 1964 vanaf de Oude Postweg in Noordwestelijke richting is te zien dat van vergrassing in dit gebied nog geen sprake is. De foto toont een bodem met een korte vegetatie en veel onbegroeide plekken, ideaal voor loopkevers maar ook voor veel andere in- en op de bodem levende dieren. Vanaf het begin van de jaren '70 echter begint in toenemende mate neerslag met zowel verzurende als bemestende stikstofverbindingen een rol te spelen. Dit leidde tot een steeds verder opdringen van grassen in het Dwingelderveld ten koste van de heide. Er trad een enorme verdichting van de vegetatie op met als gevolg dat de het gebied voor heel veel diersoorten ongeschikt werd. De vergraste heide is zeer arm aan loopkevers, spinnen, mieren en tal van andere in- en op de bodem levende ongewervelde dieren (een dichte, monotone struikheidevegetatie trouwens ook). Veel andere heidebewoners zoals watersnip, grutto, wulp tureluur, korhoen en patrijs en groene specht die allen afhankelijk zijn van deze kleine prooien die in en op de bodem worden gevangen zijn hierdoor van de heidevelden verdwenen. Door de veel te dichte vegetatie is fourageren bovendien onmogelijk geworden. Grauwe klauwieren en klapeksters vinden we ook niet meer op de heide. Deze vogels leven van grote kevers, vlinders amfibiën, reptielen en kleine zoogdieren. Deze prooidieren zijn, als ze al niet zijn verdwenen, onzichtbaar geworden voor deze typische oogjagers. Uitgekiend beheer kan er voor zorgen dat de bodemfauna zich weer kan ontwikkelen. Het aantal soorten bodemdieren kan hierdoor toenemen maar vooral ook de aantallen per soort. Daarvan zullen vele kwetsbare heidebewoners kunnen profiteren.

Dwingelderveld

Dwingelderveld

Het Dwingelderveld neemt niet alleen in Nederland maar in heel noord-west Europa een unieke plaats in vanwege het grote oppervlak natte heide. Vanwege dit unieke karakter is het gebied in 1991 uitgeroepen tot Nationaal Park. In dat jaar heeft ook een grootschalige inventarisatie plaats gevonden van de loopkevers in dit gebied door Sjouke van Essen. Destijds zijn 38 series van ieder 5 vangpotten geplaatst, met een onderlinge afstand van vijf meter. De nadruk van de inventarisatie lag op de heide. Hier werden 34 series geplaatst. De andere series werden geplaatst in bos en in jeneverbesstrueel. Voor de inventarisatie van 2008 en 2009 zullen op dezelfde plaatsen vangpotten worden geplaatst, dit om de resutaten van de inventarisatie te kunnen vergelijken met die van 1991.

Loopkeverinventarisate Dwingelderveld 2008/2009


Op 9 maart 2008 ontmoetten Sjouke van Essen (rechts) en Ivo Lustenhouwer elkaar bij het bezoekerscentrum. Sjouke wist de vanglocaties nog exact aan te geven. Sjouke van Essen en Ivo Lustenhouwer

 

 

 

 

 

Eerste resultaten loopkevers:
- Er zijn tot nu toe (najaar 2008) 8 rondes langs de 40 locaties gelopen (200 vangpotten)
- De raamvallen zijn verschillende keren geleegd.
- Er zijn (per 15 september 2008) 12588 individuele loopkevers gevangen verdeeld over 79 soorten.

Het lijkt er op dat het aantal loopkeversoorten in het Dwingelderveld is afgenomen ten opzichte van 1991. Waren er in 1991 nog 93 soorten gevangen, nu zijn dat er nog 79. Het aantal hygrofiele (vochtminnende) soorten is afgenomen ten opzichte van 1991, wat vreemd is aangezien het gebied is vernat als gevolg van beheer. Het aantal xerofiele (droogteminnende) soorten is ook afgenomen na 1991. Het aantal in het bos levende en mesofiele soorten (soorten zonder een voorkeur voor een droge of vochtige habitat) lijkt stabiel.

Voorkomen op grond van ecologische groep (versimpelde weergave)
Loopkeversoorten naar ecologische groep Dwingelderveld 2008
Figuur 1: Voorkomen loopkeversoorten op grond van ecologische groep volgens Lintroth (1949). De y – as geeft het aantal gevangen soorten weer (ook aangegeven met labels boven de staven).

Overige insecten
Verschillende groepen insecten worden nog gedetermineerd door anderen, dit zijn: mieren, kevers (behalve loopkevers), bijen, hommels, wespen, mieren, oorwormen, pissebedden, mieren en sprinkhanen. De resultaten hiervan moeten nog worden verwerkt.

In 2009 zal het onderzoek van Ivo zich naast loopkevers ook richten op andere insekten, met name vlinders en libellen. Ook in 2008 zijn er al inventarisaties verricht:

Dagvlinders
Resultaten looproute (tot en met 29 augustus 2008)
In 12 rondes op de 600 meter lange looproute langs het fietspad tussen de Davidshoeve en de radiotelescoop zijn 213 individuele dagvlinders geteld. In totaal zijn er 16 soorten waargenomen. Het Oranje zandoogje is het meeste gezien. Een vlinder typisch voor heide terreinen, het heideblauwtje, is ook 10 maal waargenomen.

Atalanta                     1
Bont zandoogje          2
Boomblauwtje          32
Bruin zandoogje         7
Citroenvlinder          14
Eikenpage                  1
Groentje                   33
Groot dikkopje         28
Groot koolwitje         12
Heideblauwtje           10
Hooibeestje                6
Klein geaderd witje     3
Klein koolwitje          10
Kleine vos                   1
Kleine vuurvlinder       1
Oranje zandoogje       53

 

heideblauwtje

heideblauwtje

Nog voor is begonnen met het lopen van de route is door Jaap bouwman en Ivo Lustenhouwer in maart een aardbeivlinder gezien. Natuurbeheerders van Staatsbosbeheer in deze periode ook enkele aardbeivlinders gezien.

Losse waarnemingen dagvlinders (tot en met 29 augustus 2008)

Bruin zandoogje          1
Dagpauwoog               1
Groentje                    13
Groot koolwitje          3
Heideblauwtje             4
Hooibeestje                8
Icarusblauwtje            1
Klein koolwitje           1
Kleine vuurvlinder       1
Landkaartje                1
Oranjetipje                 2
 

Verder zijn er, op een locatie nabij de Davidsplassen, eitjes gezien van het Gentiaanblauwtje. Samen met de resultaten van de looproute en de losse waarnemingen komt het aantal soorten op 20.

Libellen

Resultaten Looproute (tot en met 29 Augustus)

Er zijn 465 individuele libellen geteld in 8 looprondes op een 200 meter lange looproute langs het Moordernaarsven. Er zijn 12 soorten waargenomen. Er zijn niet veel grote libellen gezien. Van de grote libellen was de Viervlek (Libellula quadrimaculata) het talrijkst met 61 individuen. Van de heidelibellen en waterjuffers was de Watersnuffel (Enallagma cyathigerum) veruit het talrijkst. Maar nog niet alle data van 2008 zijn binnen dus er kunnen nog wat wijzigingen optreden.

Azuurwaterjuffer              3
Geelvlekheidelibel            2
Gewone oeverlibel           7
Gewone pantserjuffer     43
Grote keizerlibel               1
Koraaljuffer                    15 
Lantaarntje                       5
Maanwaterjuffer               2
Smaragdlibel                   24
Viervlek                          61
Vuurjuffer                       53
Watersnuffel                  249

watersnuffels

watersnuffels

 

Er is ook een Noordse Witsnuitlibel (Leucorrhinia rubicunda) waargenomen. Daarmee komt het totaal aantal waargenomen soorten op 13.

naar boven

Contact | ©2008 Stichting WBBS